Lieve allemaal,
De dagen hier in Denemarken vliegen voorbij. Ik voel me zó anders dan vorig jaar! Mijn lichaam is fris, alles gaat ineens heel makkelijk. Vorig seizoen was ik steeds vermoeid, nu heb ik tijdens trainingen het gevoel: hé, ik kan nóg wel een setje! Dat voelt zo lekker!
Maar wees niet bang, ik zal er voor waken dat ene extra setje ook daadwerkelijk te doen. Want daar ging het vorig jaar mis, ik deed teveel en daar heb ik een hoge prijs voor moeten betalen.
Door schade en schande ben ik zelf een stuk verstandiger geworden; ik denk nu sneller aan rusten dan anders. Aan net even iets eerder stoppen om dan te herstellen. En ik geloof ook echt dat rusten een vorm van training is. Bovendien is de communicatie tussen Gerard Kemkers en mij veel beter, we willen allebei dat lichaam van mij zo lang mogelijk fris houden.
Eigenlijk zie ik het vorige seizoen als een goede leerweg. Als je van heel ver moet komen, leer je ook heel veel. Dat is een cliché, waar je op het moment dat het je overkomt weinig aan hebt, maar nu kan ik zeggen dat ik er echt profijt van heb. Ik ken mijn lichaam een stuk beter, ik ben mentaal een stuk sterker geworden. Maar goed, we zitten nog aan het begin van de zomertrainingen, het zal de komende maanden heus nog zwaarder worden. Moe word ik uiteindelijk toch!
En dat moet ook, want alleen door hard te trainen kan ik mezelf verbeteren. Wat hard nodig is met de Olympische Spelen die er aan komen. De Spelen zijn natuurlijk hét doel dit jaar. Ik ga er voor op de 1000 meter, de 1500 meter, de drie kilometer én de ploegenachtervolging.
Maar dat wil niet zeggen dat ik op dit moment al dag in dag uit met de Spelen bezig ben. Deze zomer voelt niet anders dan de afgelopen drie zomers. Natuurlijk zijn er kleine dingen die je er soms aan doen denken. Zoals de bijeenkomsten bij NOC*NSF. Of onze nieuwe fietsen waar een Maple Leaf van de Canadese vlag op staat. Maar de trainingen blijven trainingen, fietsen blijft fietsen, skeeleren blijft skeeleren...
Net zoals bij de Spelen de afstanden precies hetzelfde zijn als anders; het blijft een 1000 meter op een 400 meter baan. Het is hetzelfde kunstje als altijd. Ik denk dat je je niet moet blind staren op de Spelen, dat je het niet groter of specialer moet maken dan het is. Zeker ik moet dat niet doen. Als ik er al de hele zomer mee bezig zou zijn, dan zou ik straks in februari 2010 helemaal opgebrand aan de start staan.
Ik moet er af en toe aan denken, dan voel ik het even kriebelen en weet ik weer dat ik extra zuinig om moet gaan met mijn energie. Maar verder moet ik vooral veel plezier in mijn sport hebben, moet ik gewoon trainen en rusten. Zoals we hier in Denemarken ook de tijd en ruimte nemen om 's avonds leuke dingen te doen. Even een kopje koffie drinken bijvoorbeeld of een filmpje kijken. Dat moet ik vooral blijven doen, die ontspanning is heel belangrijk voor mij.
Zoals in Turijn wordt het nooit meer voor mij. Toen was ik een broekie, een debutant. Als ik zesde was geworden, had iedereen dat prima gevonden. Nu heb ik olympisch goud, heb ik daarna nog meer prijzen en titels gewonnen. Er wordt veel meer van me verwacht, maar daar ben ik de afgelopen jaren inmiddels aan gewend. Ik schaats voor mezelf, als ik die druk van anderen mee zou moeten dragen, kwam ik op het ijs niet meer vooruit. Bovendien schuif ik zelf ook niet onder stoelen of banken dat ik mijn prestatie van Turijn wil evenaren, of misschien zelfs verbeteren. Ik weet immers hoe mooi het is als het lukt!
Liefs,
Ireen